CRvB 10 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW1990
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering. Meer inkomsten uit de verkoop van loempia’s dan opgegeven. Door geen oordeel te geven over de door appellanten in beroep betwiste intrekking van de bijstand met ingang van 1 mei 2008, heeft de rechtbank gehandeld in strijd met art. 8:69, lid 1, Awb. Geen terugwijzing naar de rechtbank. Aan de intrekking met ingang van 1 mei 2008 is geen opschortingsbesluit voorafgegaan, zodat art. 54, lid 4 , WWB niet als grondslag kan dienen voor die intrekking. Beoordelingsperiode. Schending inlichtingenverplichting. Door onvoldoende openheid van zaken te geven hebben appellanten een zodanig onduidelijke situatie geschapen over hun financiële positie dat daardoor gedurende de gehele in geding zijnde periode, dus ook de maanden waarin geen kasstortingen hebben plaatsgevonden, niet is vast te stellen of er recht dan wel aanvullend recht op bijstand bestond.
De uitspraak op rechtspraak.nl