CRvB 21 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0845
Intrekking WAO-uitkering en terugvordering. De gedingstukken bieden een toereikende grondslag voor het standpunt dat sprake was van een gefingeerd dienstverband tussen [werkgever] en appellante en dat zij niet daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht in de periode in geding. Er van uitgaande dat appellante geen recht had op een uitkering op grond van de WW, volgt dat appellante niet als werknemer kon worden beschouwd, waardoor geen recht op WAO-uitkering bestond. Geen sprake van dringende redenen om van intrekking en terugvordering af te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl