CRvB 21 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV9433

Afwijzing van een vervoersvoorziening in de vorm van een taxivergoeding. Er is sprake van een "voorliggende voorziening", nu de aan appellante op grond van de Wet WIA toegekende vergoeding voor het leefvervoer en de door appellante gewenste vervoersvoorziening op grond van de Wmo betrekking hebben op dezelfde vervoersfunctie in de leefsfeer. Er kan geen aanspraak ontstaan op een (aanvullende) vervoersvoorziening via de in de Verordening Individuele verstrekkingen Wmo gemeente ’s-Hertogenbosch 2007 opgenomen hardheidsclausule nu dit tot een doorkruising van artikel 2 van de Wmo zou leiden. Het in gevallen als het voorliggende op de weg van de betrokkene om tegen een besluit van het Uwv bezwaar te maken en vervolgens beroep in te stellen, indien hij van mening is dat de door het Uwv toegekende vergoeding voor het leefvervoer geen toereikende voorziening is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen