CRvB 6 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV8657

Terugvordering bijstandsuitkering. Het betoog van appellant stuit af voor zover dat gebaseerd is de op stelling dat het College tekort is geschoten door hem niet tijdig uitsluitsel te geven over de omvang van zijn vermogen op de datum van intrekking van bijstand. Het college behoeft niet aan te geven wanneer betrokkene in verband met verantwoord interen weer recht op bijstand zal hebben. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad ook geen dringende reden gelegen op grond waarvan het College van terugvordering had moeten afzien. Bij de berekening van de redelijke termijn waarbinnen het College een beslissing op bezwaar had moeten nemen, moet de periode tussen 3 maart 2006 en 28 november 2008 voor de bepaling van de vertraging niet aan het College, maar aan appellant worden toegerekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl