CRvB 7 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV8090

Intrekking en terugvordering ZW-uitkering. Er was sprake van een recht op loon op grond van artikel 7:629 van het BW, en dit recht is ook, zij het achteraf, tot uitbetaling gekomen. Het door het Uwv gehanteerde beleid ten aanzien van herziening en/of terugvordering is op consistente wijze toegepast. Het had appellante, gelet op de in de schriftelijke arbeidsovereenkomst opgenomen beperking van de proeftijd tot een maand, duidelijk kunnen zijn dat de opzegging in dit licht gezien - en ook overigens - niet rechtsgeldig was. Intrekking en terugvordering toeslag. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de nabetaling van loon over de periode hier in geding onder de ondergrens van 90% van het minimumloon is gekomen. Niet is gebleken van zodanige uitzonderlijke en onaanvaardbare omstandigheden dat gesproken kan worden van dringende redenen op grond waarvan het Uwv van herziening of terugvordering zou kunnen afzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen