CRvB 1 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV7454

Afwijzing verzoek betrokkene aan te stellen in FPS fase 3 kan stand houden. De rechtbank heeft het besluit vernietigd. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft appellant de aanstelling van betrokken omgezet in een aanstelling FPS fase 3 (besluit van 22 juli 2011). Dit besluit heeft expliciet een voorlopig karakter en ligt in het verlengde van de, thans bestreden, aangevallen uitspraak. Niet gebleken dat er voor appellant een verplichting bestaat tot voortzetting van het dienstverband. Het door appellant gestelde gebrek aan formatieve ruimte in de toekomst is niet onaannemelijk. Voorts bevat het AMAR geen bepalingen op grond waarvan tijdelijke aanstellingen van rechtswege worden omgezet in een vaste aanstelling. Er is geen grond om, zoals door betrokkene bepleit, de onder meer in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek en artikel 7, achtste lid, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie neergelegde materiële norm van overeenkomstige toepassing te achten. Bij het besluit van 22 juli 2011 is betrokkene alsnog aangesteld in fase 3. Hoewel de aangevallen uitspraak geen stand houdt, ziet de Raad af van vernietiging van dat besluit. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat betrokkene vanaf 19 juli 2011 daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. Het is aan appellant om, zoals ook in het besluit staat verwoord, te beoordelen welke gevolgen deze uitspraak van de Raad voor het besluit van 22 juli 2011 heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen