CRvB 21 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV6642

Intrekking bijstand. Er kan geen sprake zijn van een causaal verband tussen het niet melden van de ontvangst van bedragen in november 2007 en maart 2008 enerzijds en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand over de voorliggende periode van 31 juli 2006 tot 8 januari 2007 anderzijds. De intrekking van de bijstand over deze periode kan wel worden gebaseerd op de ook door het college gehanteerde grond dat appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben geschonden door geen opgave te doen van het bezit van de auto’s en dat als gevolg van die schending niet kan worden vastgesteld dat recht op bijstand bestaat. Appelanten zijn er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat in het geval wel aan de inlichtingenverplichting zou zijn voldaan over de betreffende periode recht op bijstand bestaat. Terugvordering. Niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de WWB zodat het college niet op die grond bevoegd was tot terugvordering van de kosten van de over de periode van 16 januari 2006 tot 31 juli 2006 verleende bijstand van appellanten. Het college krijgt de opdracht een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen