CRvB 15 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU8754
Eervol ontslag burgemeester wegens een verstoorde verhouding met de gemeenteraad. Bevoegdheidsgebrek. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat het bevoegdheidsgebrek is geheeld. De processuele onvolkomenheden bij de totstandkoming van het primaire ontslagbesluit zijn niet van een dusdanig niveau dat de Kroon reeds daarin aanleiding had moeten vinden om van ontslag af te zien. Niet kan worden geconcludeerd dat de CdK op een verkeerd moment of op een onjuiste wijze zijn rol in dit gebeuren heeft gespeeld. Voor het door appellant ingenomen standpunt dat de CdK een plicht heeft om te bemiddelen, is geen steun in de wettelijke regeling te vinden. Voor het door appellant opgeroepen en publiekelijk aan de gemeenteraad voorgehouden beeld dat de verstoorde verhoudingen zijn terug te voeren op niet-integere gedragingen van de drie wethouders was onvoldoende grond aanwezig. Geen zwaarwegende grond aanwezig om af te zien van ontslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl