CRvB 2 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7738

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor verschuldigde maar onbetaald gebleven premies sociale werknemersverzekeringswetten over twee periodes. Nu het verzoek tot het gebruik maken van de mogelijkheid op een hoorzitting de bezwaren toe te lichten in de gedingstukken ontbreekt, kan door het Uwv op grond van artikel 18a van de CSV worden afgezien van het houden van een hoorzitting. Vanwege de processuele houding van appellant is er naar het oordeel van de Raad geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Het minderheidsbelang van appellant in [naam B.V. 1] staat er niet aan in de weg dat hij als bestuurder van deze vennootschap in oprichting wordt aangemerkt. Appellant is op juiste gronden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de over de eerste hier in geding zijnde periode verschuldigde en onbetaald gebleven (voorschot)premie. De niet nader onderbouwde stelling namens appellant dat de rechtshandelingen naderhand door [naam B.V. 1] na oprichting zouden zijn bekrachtigd, brengt niet met zich mee dat hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant zou kunnen afstuiten. Het Uwv heeft in de motivering van het bestreden besluit 2 niet voldaan aan de eis voldoende aannemelijk te maken dat het onbetaald laten van de premienota’s toe te schrijven is aan het aan appellant te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur over de tweede hier in geding zijnde periode. Niet valt te verwachten dat het vastgestelde motiveringsgebrek op basis van de beschikbare gegevens in retrospectie bezien, nog hersteld kan worden. Het primaire besluit wordt om deze reden herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen