CRvB 9 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7441

Weigering van het verzoek om op grond van hoofdstuk IV van de WW de verplichting tot loonbetaling over te nemen. Geen werknemer in de zin de van de WW. Geen sprake van een gezagsverhouding. Appellante heeft de feitelijke werkzaamheden die zij verrichtte in haar eenmansbedrijf na de oprichting van de stichting ongewijzigd voortgezet. De oprichting van de stichting had niet tot doel een wijziging in de gezags- of organisatiestructuur van de organisatie te brengen, doch heeft plaatsgevonden om te kunnen voldoen aan door een zorgverzekeraar gestelde voorwaarden. Uit hetgeen appellante heeft aangevoerd is ook niet gebleken dat in de praktijk wijzigingen in de gezags- of organisatiestructuur zijn doorgevoerd. Evenmin is gebleken van uitoefening van werkgeversgezag jegens appellante in die zin dat het bestuur als werkgever optrad en daadwerkelijk gezag uitoefende over appellante. Ook al behoeven er geen opdrachten en aanwijzingen te worden gegeven, dient bezien te worden of er al of niet sprake is van een gezagsverhouding. Gezien de omstandigheden van het hier aan de orde zijnde geval blijkt dat er geen sprake is van een dergelijke verhouding. Het antwoord op de vraag of al dan niet premies werknemersverzekeringen zijn betaald voor een werknemer is ingevolge vaste rechtspraak niet bepalend voor het werknemerschap in de zin van de werknemersverzekeringen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen