CRvB 1 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU6995

De Raad is met appellant van oordeel dat de rechtbank de omvang van het aan haar voorgelegde geschil niet juist heeft vastgesteld, zodat de aangevallen uitspraak reeds om die reden niet in stand kan blijven. De Raad stelt vast dat appellant wat betreft de periode voorafgaande aan het verzoek van 10 september 2008 geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren heeft gebracht. Voor de periode voorafgaande aan het verzoek houdt de afwijzing reeds hierom stand. Appellant heeft echter niets naar voren gebracht wat de conclusie zou kunnen rechtvaardigen dat er met betrekking tot de werkzaamheden die hij tot 3 augustus 2007 verrichtte, sprake was van buitensporige werkomstandigheden welke - objectief bezien - tot arbeidsongeschiktheid moesten leiden. Dit betekent dat er ook voor de toekomst geen aanleiding bestond om van de eerdere besluitvorming over de korting op de bezoldiging terug te komen. Geen strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen