CRvB 22 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU6844

Afwijzing verzoek om algemene en bijzondere bijstand. Kring der rechthebbenden. De Raad laat - anders dan voorheen, maar in overeenstemming met zijn uitspraak van 9 november 2011, LJN BU4382 - de vraag of appellanten zijn aan te merken als kwetsbare personen die op grond van artikel 8 van het EVRM bijzondere bescherming genieten, in het kader van de WWB in het midden. De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 19 april 2010, LJN BM1992, waarin de Raad heeft geoordeeld, dat indien sprake is van een positieve verplichting die volgt uit artikel 8 van het EVRM niettemin de beperkte doelstelling van de WWB in acht dient te worden genomen. Met inachtneming van het primaat van de wetgever, en teneinde een door de wetgever ongewenste doorkruising van het vreemdelingenbeleid te voorkomen, kan de Raad thans tot geen andere conclusie komen dan aan een positieve verplichting ten aanzien van vreemdelingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de WWB, niet met toepassing van de WWB gestalte kan worden gegeven. Indien er ten aanzien van deze vreemdelingen een positieve verplichting bestaat recht te doen aan artikel 8 van het EVRM, rust deze op het bestuursorgaan dat belast is, of de bestuursorganen die belast zijn, met de uitvoering van wettelijk geregelde voorzieningen voor vreemdelingen. De omstandigheid dat de gemeente Haarlem onder meer subsidies verleent aan organisaties die voorzien in huisvesting en levensonderhoud van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf kan niet leiden tot de conclusie dat het College in weerwil van de artikelen 11, lid 2 en 3, en 16 lid 2, van de WWB toch tot bijstandsverlening gehouden zou zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen