CRvB 17 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU5619

Geen beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. In de standplaats is overbezetting ontstaan als gevolg van het feit dat de commandant op enig moment, om hem moverende redenen, heeft besloten tot de bovenformatieve plaatsing aldaar van een derde arts. Anders dan appellant kennelijk meent, maakt deze gang van zaken echter niet dat het rechtens onjuist is te achten dat voor de functie in Assen de keuze op appellant, zijnde een regulier geplaatste arts, is gevallen. De Raad ziet ook in hetgeen appellant over zijn persoonlijke situatie naar voren heeft gebracht, te weten de langere reistijd, de noodzaak om voor het woon- werkverkeer van en naar Assen gebruik te maken van de auto, de niet-volledige vergoeding van zijn reiskosten en het feit dat sprake was van een echtscheiding, geen reden voor het oordeel dat de toewijzing van de functie in Assen als in rechte onhoudbaar is te beschouwen. Dat, zoals door appellant is benadrukt, ook op andere locaties sprake was van overbezetting en dat mogelijk ook artsen vanuit die locaties voor de functie in Assen in aanmerking hadden kunnen worden gebracht, kan daaraan niet afdoen. Het hoger beroep slaagt in zoverre niet. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen