CRvB 27 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU4719

1) Hoger beroep ontvankelijk. De gronden waren twee dagen te laat ingediend, maar ingevolge art. 6:6 Awb, in samenhang met art. 9 van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2006, vindt niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep slechts plaats indien in de uitnodiging tot herstel van het daaraan ten grondslag liggende verzuim is meegedeeld dat het hoger beroep bij gebreke van het bedoelde herstel niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Hiervan is geen sprake. 2) Naar aanleiding van het hoger beroep van de staatssecretaris, heeft de Raad geoordeeld dat het bezwaar tegen het kortingsbesluit ten onrechte door de staatssecretaris ontvankelijk is verklaard. 3) Ten onrechte is geoordeeld dat de ziekte van betrokkene niet is aan te merken als beroepsziekte. De functie van appellante bracht mee dat ze voor ongeveer 50% van haar werktijd beeldschermwerk deed en dat die werkzaamheden het meest belastend voor haar waren. RSI-klachten. Voldoende aannemelijk dat de klachten van betrokkene in overwegende mate hun oorzaak vinden in het werk en de omstandigheden waaronder dat moest worden verricht. Geen grond voor het oordeel dat haar ziekte aan haar schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. De Raad bepaalt dat betrokkene uit hoofde van beroepsziekte wordt gelijkgesteld met de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een beroepsincident en op die grond aanspraak heeft op doorbetaling van haar volledige bezoldiging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen