CRvB 16 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU4662
Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aangeboden functie van senior verpleegkundige voor betrokkene moet worden gezien als een aanbod van passende arbeid. De Raad is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat er een causaal verband bestaat tussen het door betrokkene niet aanvaarden van de functie van senior verpleegkundige en haar werkloosheid. Zou betrokkene deze functie wel hebben aanvaard, dan zou dit niet tot een ontbindingsverzoek van de zijde van de KUN hebben geleid. Het enkele feit dat de arbeidsovereenkomst na het niet aanvaarden van dit aanbod nog enige maanden heeft voortgeduurd, omdat de KUN en betrokkene eerst hebben onderhandeld over een vaststellingsovereenkomst, maakt dit niet anders. Het was betrokkene in ieder geval op 9 juli 2009 duidelijk dat de werkgever zou streven naar een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, indien zij de functie van senior verpleegkundige niet zou aanvaarden. Van deugdelijke redenen om het aanbod niet te aanvaarden is niet gebleken mede gelet op het feit dat het een functie op de polikliniek betrof, waarbij de werktijden in overeenstemming waren met de voorkeur van betrokkene. Door niet de aangeboden passende arbeid te aanvaarden is betrokkene de verplichting, haar op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten tweede, van de WW opgelegd, niet nagekomen en is zij werkloos geworden. Appellant heeft de uitkering terecht blijvend geheel geweigerd voor het aantal uren waarover het recht op uitkering niet zou zijn ontstaan indien betrokkene de aangeboden passende arbeid had aanvaard.