CRvB 10 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU4285

Tussenuitspraak. Uitspraak 1: De Raad ziet evenmin als de rechtbank reden dat de beoordeling van appellant op onvoldoende gronden zou berusten. Handhaving beoordeling. Uitspraak 2: De Raad kan tot geen andere conclusie komen dan dat het college bevoegd was appellant, vanwege een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding, op grond van artikel 8:8 van de CAR/UWO te ontslaan. Uitspraak 3: Afwijzing van het verzoek om toekenning van studiefaciliteiten. Het voornemen bestond appellant te ontslaan, aan welk voornemen nadien ook daadwerkelijk uitvoering is gegeven. Bij het bij besluit 2 gehandhaafde ontslag is weliswaar een voornemen tot het treffen van een regeling geuit, over welk voornemen het college voornemens is appellant, in overeenstemming met het tweede lid van artikel 10d:4 van de CAR/UWO, te horen, maar nu een en ander geen gestalte heeft gekregen, kleeft aan het subsidiair verleende ontslag een gebrek. De Raad zal het college opdragen dit gebrek te herstellen, met inachtneming van hetgeen in deze tussenuitspraak is overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen