CRvB 9 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU3851

Met het Uwv en de rechtbank is de Raad van oordeel dat een objectieve medische onderbouwing voor beperkingen bij appellant ontbreekt. Aangezien de Raad de dienaangaande overwegingen van de rechtbank onderschrijft, wordt er mee volstaan naar die overwegingen te verwijzen. Wat betreft de grond aangaande het gebruik van de gegevens over de toelating tot de doelgroep in het kader van de WSW wordt verwezen naar de vaste rechtspraak van de Raad (24 oktober 2006, LJN AZ0958 en 2 maart 2011, LJN BP7599) waaruit volgt dat aan die toelating geen rechtstreekse betekenis kan worden ontleend voor de vraag of een aanspraak op een uitkering bestaat, maar dat dit niet betekent dat gegevens die in het kader van de WSW worden verkregen niet kunnen worden gebruikt in het kader van de beantwoording van de vraag of een verzekerde aanspraak heeft op een ZW-uitkering. In zoverre heeft de rechtbank een onjuiste maatstaf gehanteerd bij de beoordeling van deze beroepsgrond. Echter, de gegevens die betrekking hebben op de WSW-indicatie van appellant bevatten geen andere of nieuwe informatie waaruit een medische onderbouwing van de klachten van appellant volgt, zodat die grond niet kan leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. Nu appellant ook overigens geen medische gegevens heeft ingebracht die doen twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de rechtbank, is er geen aanleiding om - zoals door appellant verzocht - een deskundige te benoemen die appellant zou moeten onderzoeken. Dat verzoek wordt dan ook afgewezen. Aangezien er geen sprake is van medisch objectief vast te stellen beperkingen, kan een bespreking van de vraag wat de eigen arbeid van appellant is, en welke belastende factoren zich in dat werk voordoen achterwege blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen