CRvB 26 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU1590
De voorlopige teruggave moet op grond van artikel 32, eerste lid, van de WWB als inkomen worden toegerekend aan de periode waarop deze teruggave betrekking heeft. In het onderhavige geval heeft de teruggave betrekking op het gehele jaar 2008. Het College dient daarom bij de vaststelling van het inkomen rekening te houden met het bedrag van de voorlopige teruggave door het naar evenredigheid toe te rekenen aan het aantal maanden waarop deze teruggave betrekking heeft. In het onderhavige geval gaat het om een bedrag van € 168,-- per maand. Dat de Belastingdienst in het geval van appellant vanwege een verrekening van te veel terugontvangen belasting in de tweede helft van het jaar feitelijk een lager bedrag per maand heeft uitgekeerd, maakt dit niet anders.