CRvB 21 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT2933
1) Beëindiging bijstandsuitkering. Appellante is regelmatige bestuurder van een auto, waarvan het kenteken op de naam van haar broer staat. Het College is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat appellante de exclusieve beschikkingsmacht had over de auto, op een wijze dat zij ook de waarde daarvan kon aanwenden voor haar levensonderhoud. 2) Intrekking bijstandsuitkering over meerdere perioden. Het College beschikt niet over aanwijzingen dat appellante buiten de door haar erkende, nog andere werkzaamheden heeft verricht of inkomsten heeft ontvangen. Bij die stand van zaken kan het College niet volhouden dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld op basis van de (ruimhartige) reconstructie van appellante. 3) Gestelde aanvraag om bijstand. Grondslag is komen te vervallen. De Raad kan de zaak zelf afdoen en zal het met een besluit gelijk te stellen weigeren een besluit te nemen naar aanleiding van de melding herroepen, waarbij voor risico van het College komt dat in deze procedure in het midden is gebleven of de gestelde aanvraag ook daadwerkelijk gedaan is.
De uitspraak op rechtspraak.nl