CRvB 15 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT2629

Wachtgeld na overtolligheidsontslag. Geen vrijstelling van inkomsten uit trainingen. Appellant was tijdens de periode van het herplaatsingsonderzoek vrijgesteld om werkzaamheden voor Defensie te verrichten en werd ondersteund bij het opzetten van zijn eigen bedrijf. Het begrip non-activiteit ziet, anders dan appellant heeft betoogd, op het dienstverband bij het ministerie van Defensie en de stelling dat geen sprake was van non-activiteit, omdat appellant werkzaam was in zijn bedrijf kan daarom niet slagen. De stelling dat pas gesproken kan worden van non-activiteit als een uitdrukkelijk formeel besluit tot op non-actiefstelling voorhanden zou zijn, onderschrijft de Raad niet. De tekst van de bepaling stelt die eis niet en ook in de andere daar beschreven situaties van vakantie of verlof ligt een formeel besluit niet in de rede; ook dan zal veeleer sprake zijn van afspraken tussen betrokkene en de werkgever. De minister kan de inkomsten van appellant korten waarbij als peilmoment wordt genomen de datum van 1 september 2007.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen