CRvB 26 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR5886
De Minister heeft de draagkracht van appellant voor 2010 bepaald op basis van zijn verzamelinkomen in 2008 en vastgesteld dat hij vanaf 1 januari 2010 € 363,60 per maand terug kan betalen. Bij het besluit van 5 maart 2010 is de draagkracht van appellant voor 2010 in overeenstemming met het van toepassing zijnde wettelijke regime berekend op basis van het, op het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen in 2008 gebaseerde, toetsingsinkomen in 2008. Bij de vaststelling van het toetsingsinkomen en de hierop gebaseerde draagkracht kan geen rekening worden gehouden met het besteedbare inkomen van appellant. Nu appellant in 2008 geen recht op de alleenstaande-ouderkorting had is de op het toetsingsinkomen in mindering gebrachte draagkrachtvrije voet lager uitgevallen waardoor het bedrag van de draagkracht hoger is uitgevallen, dan wanneer hij wel, net als voor het jaar 2007, recht had gehad op de alleenstaande-ouderkorting.
De uitspraak op rechtspraak.nl