CRvB 16 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR5140

Vaststelling van de ten laste van appellant gebleven kosten op grond van artikel 59c, eerste lid, van de IOAW. Terugvordering verleende voorschotten. Een redelijke uitleg van art. 3, lid 1, van de Beleidsregels brengt mee dat voor het verantwoordingsjaar 2006 als verslag over de uitvoering wordt aangemerkt de bijlage bij de jaarrekening als bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Het is niet kennelijk onredelijk om van burgemeester en wethouders te vergen dat zij daartoe als onderdeel van de bijlage bij de jaarrekening, althans uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar, een gemotiveerd verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregels indienen. In voorkomend geval kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb van deze beleidsregel worden afgeweken. De Raad ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregels als onrechtmatig moet worden aangemerkt. Het voorgaande brengt mee dat appellant op grond van artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregels in beginsel gehouden was gelijktijdig met de bijlage bij de jaarrekening, althans uiterlijk 15 juli 2007, een verzoek om toepassing van artikel 50, vijfde lid, aanhef en onder b, van de WWIK in te dienen. Appellant heeft niet tijdig een verzoek ingediend. Het lag het op de weg van appellant om door middel van een tijdig ingediend verzoek aannemelijk te maken dat voldoende inspanningen waren geleverd om de vastgestelde tekortkomingen op te heffen. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Terugvordering van de verleende voorschotten is niet disproportioneel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen