CRvB 21 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR2157
Weigering WW-uitkering toe te kennen op de grond dat, indien de werkgever haar dienstverband (op reguliere wijze) zou hebben opgezegd zou tot en met 30 november 2008 een opzegtermijn hebben gegolden, terwijl de aan haar toegekende beëindigingsvergoeding deels moet worden aangemerkt als onverminderde doorbetaling van loon (over de opzegtermijn). De Raad merkt allereerst op dat sedert de invoering van de Wet flexibiliteit en zekerheid het systeem van berekening van de opzegtermijn is gewijzigd in die zin dat artikel 7:672 van het BW uitgaat van de duur van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging en dat elke arbeidsovereenkomst -zoals uit de toelichting op deze wet ook duidelijk blijkt- afzonderlijk moet worden bezien. Dit betekent dat voor de berekening van de ten aanzien van appellante geldende opzegtermijn in beginsel alleen uitgegaan moet worden van de duur van haar arbeidsovereenkomst met de [Werkgever C]. Dit ware slechts anders indien de individuele arbeidsovereenkomst van appellante of de geldende CAO een basis zouden bieden om (wat betreft de opzegtermijn) de duur van eerdere arbeidsovereenkomsten van appellante met Rabobank vestigingen mee te tellen. Hetgeen in de individuele arbeidsovereenkomst (artikel 1, derde lid) is vermeld noch hetgeen in de CAO (artikel 3.4) over opzegtermijnen is vermeld biedt echter enige grondslag om voor de berekening van de opzegtermijn de tijd dat voorafgaand aan de laatste arbeidsovereenkomst bij ander vestigingen van de Rabobank is gewerkt, mede in aanmerking te nemen, omdat alleen wordt verwezen naar de wettelijke bepalingen respectievelijk naar de wettelijke opzegtermijn. De verwijzing van het Uwv naar de in hoofdstuk 14 van de CAO opgenomen omschrijving van het begrip diensttijd leidt de Raad niet tot een ander oordeel. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat alleen uitgegaan dient te worden van de duur van de arbeidsovereenkomst van appellante met de [Werkgever C] en dat nu deze korter dan vijf jaar heeft geduurd, de fictieve opzegtermijn op 1 oktober 2008 reeds was verstreken. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl