CRvB 7 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR1576

Het bestuur stelt zich op het standpunt dat, wil een rechter zich kwalificeren voor de functie van vpi, hij blijk moet geven van een natuurlijk, juridisch-inhoudelijk gezag dat zich uit in een leidende positionering op verschillende vlakken, waaronder met name de behandeling van zaken, de bewaking van inhoudelijke kwaliteit en het verzorgen en coördineren van de opleiding voor rechters. Het komt aan, aldus het bestuur, op een voldoende mate van meerwaarde, waardoor een rechter het niveau van een “gewone” rechter ontstijgt. De Raad is van oordeel dat het bestuur niet het recht kan worden ontzegd de(ze) maatstaf te hanteren. Het oordeel dat appellante daaraan niet voldoet, is met enkele concrete voorbeelden onderbouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen