CRvB 8 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR1092

Herziening toeslag één-oudergezin. In het onderhavige geval kan niet worden gesproken van een door geen van beide echtelieden gewilde toestand, die voor de voortzetting van de echtelijke samenleving een daadwerkelijk beletsel vormt, terwijl redelijkerwijs niet valt te verwachten, dat in die toestand binnen afzienbare tijd een wijziging zal komen, die de mogelijkheid tot hervatting van de echtelijke samenwoning zou openen. Weliswaar bestond er voor betrokkene en haar echtgenoot tijdelijk geen mogelijkheid in Nederland samen te leven, maar dat betekent niet dat die samenwoning niet elders had kunnen worden aangevangen of voortgezet. In zoverre dient de verbreking van de samenwoning te worden beschouwd als eigen keuze, en kan dus niet worden gesproken van een door geen van beide echtelieden gewilde toestand die de echtelijke samenwoning daadwerkelijk belette.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen