CRvB 24 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9855

Weigering halfwezenuitkering toe te kennen. Homohuwelijk. De Svb heeft terecht de dochter niet als halfwees aangemerkt. De Svb heeft bij de uitleg van het begrip “ouder” aansluiting heeft kunnen zoeken bij het Nederlandse afstammingsrecht. Art. 14 EVRM. Geen rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid. Vaststaat dat er onderscheid wordt gemaakt in verband met het geslacht van de huwelijkspartners. Het is de intentie van de wetgever steeds geweest en gebleven om de verschillende huwelijksvormen gelijk te behandelen, maar de wetgeving was ten tijde in dit geding van belang, 21 juni 2006, nog niet optimaal gewijzigd. Ten tijde in dit geding van belang golden voor de huwelijkspartner van degene uit wie binnen een huwelijk van gelijk geslacht een kind werd geboren, wel al zekere rechten en verplichtingen die gelijk zijn aan de rechten en verplichtingen van andere huwelijkspartners. Zo zou in dit geval mevrouw B. na de geboorte van de dochter mede het gezag over haar hebben gehad en zou B. ook onderhoudsplichtig jegens de dochter zijn geweest. Deze laatste omstandigheid is in het onderhavige geval van belang, aangezien B. binnen de huwelijksrelatie de (belangrijkste) kostwinner was. Nu voorts voor appellante geen enkele mogelijkheid bestond, anders dan vanaf 1 januari 2009 toen prenatale adoptie mogelijk werd, om zelf haar status te beïnvloeden, op een wijze die ertoe leidt of zou kunnen leiden dat niet langer sprake is van een verschil in behandeling, is er geen sprake van zeer zwaarwegende belangen die een rechtvaardiging vormen voor het onderscheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen