CRvB 21 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9788
Afwijzing (herhaalde) aanvraag om een bijstandsuitkering toe te kennen. Op de groond dat appellant niet zijn hoofdverblijf heeft op het door hem opgegeven woonadres, waardoor zijn recht op bijstand niet is vast te stellen. Naar vaste rechtspraak van de Raad ligt het, indien een periodieke bijstandsuitkering is beëindigd of ingetrokken, in geval van een aanvraag gericht op het verkrijgen van bijstand met ingang van een later gelegen datum, op de weg van de aanvrager om aan te tonen dat sprake is van een wijziging in de omstandigheden in die zin dat hij nu wel voldoet aan de vereisten om voor bijstand in aanmerking te komen. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant daarin niet is geslaagd.