CRvB 15 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8204

Terugvordering WW-uitkering. Niet-ontvaankelijk verklaring bezwaar. Als vaststaand wordtn aangenomen dat de termijn voor het maken van bezwaar is aangevangen op 14 november 2009 en is geëindigd op 28 december 2009. Appellant heeft weliswaar gesteld dat hij het bezwaarschrift van 21 december 2009 aan het Uwv heeft verzonden, maar het Uwv heeft dit bezwaarschrift niet tijdig ontvangen. Anders dan appellant veronderstelt, heeft de ontvangstbevestiging van 28 december 2009 geen betrekking op het onderhavige bezwaarschrift, maar op zijn bezwaar tegen de oplegging van een boete. Dit blijkt uit het feit dat onder het kopje “Geen uitstel van betaling” is gesteld: “U maakt bezwaar tegen onze beslissing om een boete op te leggen. Er mag niet worden gewacht met betalen totdat wij een beslissing op het bezwaarschrift hebben genomen”. De enkele stelling dat een bezwaarschrift ter post is bezorgd, in een geval waarin het bestuursorgaan stelt het geschrift niet te hebben ontvangen, is onvoldoende om aan te nemen dat het bezwaarschrift is verzonden. Het is in dat geval aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat hij het geschrift ter post heeft bezorgd. Naar het oordeel van de Raad is appellant hierin niet geslaagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen