CRvB 28 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4095
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat uit de stukken niet kan worden opgemaakt dat appellant zich in Teheran schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat daarom ook niet gesproken kan worden van een waarschuwing. De Raad is van oordeel dat de opgelegde straf onevenredig is aan het plichtsverzuim dat appellant kan worden verweten. Van enige concrete gedraging aan de hand waarvan kan worden aangetoond dat appellant ongeschikt is voor het vervullen van zijn functie is geen sprake. De minister heeft appellant ten onrechte geen verbeterkans gegeven. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl