CRvB 25 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP9607
Dagloon-WIA. Extraterritoriale kostenregeling. Geen ongelijke behandeling. Geen sprake van een kostenvergoedingsregeling waardoor een bepaald percentage van het loon voor extraterritoriale kosten wordt aangemerkt. Het is niet zo dat op grond van de regeling 30% van haar loon wordt aangemerkt als belastingvrij te genieten kostenvergoeding doch is het zo dat appellante – naast het loon van de werkgever – terzake van haar migratie kostenvergoedingen kan ontvangen waarvoor bij het beantwoorden van de vraag of sprake dient te zijn van loonheffing een bewijsregel geldt. Het niet zo dat tegenover een forfaitaire onkostenvergoeding een arbeidsprestatie is geleverd. Dat appellante de regeling anders ervaart en mogelijk in de onderhandelingen met de werkgeefster een lager loon heeft bedongen bij een hogere vergoeding van extraterritoriale kosten, kan hier niet aan afdoen. Geen sprake is van (in)directe ongelijke behandeling naar nationaliteit. Door de wijziging van het maatmaninkomen is ook het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd. Dit reden het besluit te vernietigen. De wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage heeft geen gevolgen voor de hoogte of de duur van de WGA-uitkering. Daarom blijven de rechtsgevolgen geheel in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl