CRvB 15 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8872

Uitspraak 1: Indiening aanvraag om een IOAW-uitkering. Dat blijkt expliciet uit de wijze waarop appellant het bij die aanvraag behorende inlichtingenformulier heeft ingevuld. Het college is er in het besluit van 22 november 2007 ten onrechte van uitgegaan dat appellant op 19 juli 2007 een aanvraag om een WWB-uitkering heeft ingediend. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar. Uitspraak 2: Het College dient naar aanleiding van de aanvraag om IOAW-uitkering van 19 juli 2007 nog te beoordelen of aan appellant over de periode een IOAW-uitkering moet worden verleend. Het College is er ten onrechte van uitgegaan dat zulks in het kader van de afhandeling van de aanvraag om IOAW-uitkering van 10 maart 2008 diende te geschieden. Ondeugdelijke grondslag besluit. Ten aanzien van de periode van 1 februari 2008 tot 10 maart 2008 overweegt de Raad dat het College die periode reeds bij genoemde besluit van 10 maart 2008 heeft beoordeeld en heeft bepaald dat appellant niet voor een IOAW-uitkering in aanmerking komt. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderende omstandigheden. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit voor zover daarbij is bepaald dat aan appellant geen IOAW-uitkering wordt verleend over de periode van 19 juli 2007 tot 1 februari 2008.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen