CRvB 22 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8635
Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van onder meer een glutenvrij dieet, van voedingssupplementen en van alternatieve geneeskundige behandelingen. Op de grond dat niet gebleken is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. De Raad stelt vast dat appellante zowel op 25 november 2004 als op 19 februari 2007 een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een glutenvrij dieet heeft ingediend. Nu het College de eerste aanvraag heeft afgewezen op de grond dat de betreffende kosten niet worden aangemerkt als kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB, lag het op de weg van appellante om aan te tonen dat, toen zij voor de tweede keer om bijzondere bijstand voor dezelfde soort kosten vroeg, wel sprake was van kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. Naar het oordeel van de Raad is appellante niet in deze bewijslast geslaagd. De voedingssupplementen. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat een geval als hiervoor bedoeld zich niet voordoet. Uit de gedingstukken blijkt immers niet dat appellante op 25 november 2004 een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van voedingssupplementen heeft gedaan en dat het College op die aanvraag afwijzend heeft beslist. Dit betekent dat de rechtbank zich bij haar beoordeling van het besluit van 24 januari 2008, voor zover dat op betrekking heeft op bijzondere bijstand voor de kosten van voedingssupplementen, ten onrechte heeft beperkt tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het College daarin inleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien. De alternatieve geneeskundige behandelingen. Het College heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van alternatieve geneeskundige behandelingen terecht afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl