CRvB 24 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5986

Handel op het werk. Anders dan de rechtbank is de Raad niet tot de overtuiging kunnen komen dat er in het geval van appellant sprake is van (strafwaardig) plichtsverzuim. Naar appellant ter zitting onbestreden heeft gesteld, heeft hij drie decoders aan onderschikten verkocht; appellant heeft voorts één decoder voor zichzelf aangeschaft. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de Raad niet worden volgehouden dat appellant, zoals het college heeft betoogd, met winstoogmerk heeft gehandeld. Het college heeft voorts niet inzichtelijk kunnen maken wat precies het rechtens relevante onderscheid is tussen de aan appellant verweten gedraging en de binnen de gemeente wel toegestane handel via het zogenoemde ‘digitale prikbord’.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen