CRvB 30 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BP1547

Onbevoegdverklaring Centrale Raad. Een eventuele onjuiste inhoudelijke beoordeling door de rechtbank van het aan de aangevallen uitspraak ten grondslag liggende geschil vormen op zichzelf geen grond voor een doorbreking van het appelverbod. Dit geldt naar het oordeel van de Raad eveneens voor een eventuele onjuiste uitleg van een wettelijke bepaling. De Raad ziet voorts in het feit dat appellant belang zegt te hebben bij een juiste, weloverwogen en beargumenteerde uitleg van artikel 3, derde lid, van de MAW alsmede dat ten aanzien van hem een kostenveroordeling is uitgesproken, geen evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen. Er is in het onderhavige geval dan ook geen grond om aan het appelverbod voorbij te gaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen