CRvB 25 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO7605

Stopzetting bezoldiging. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan zijn leidinggevende toestemming heeft gevraagd en van deze ook heeft verkregen om vanaf 27 december 2007 een periode van twee weken afwezig te zijn en daarvoor vakantiedagen op te nemen. De detentie van appellant is een omstandigheid die volledig voor zijn rekening en risico komt. De Raad onderschrijft ook het oordeel van de rechtbank dat de omstandigheid dat appellant gedurende zijn detentie enige weken ziek zou zijn geweest de werking van artikel 14 ARAR gedurende die periode van ziekte niet opschort. Ook gedurende die periode was appellant ongeoorloofd afwezig vanwege zijn detentie en niet omdat hij vanwege ziekte verhinderd was zijn dienst te verrichten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen