CRvB 14 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO7293
Bij besluit van 17 juli 2008 heeft het College het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 april 2008 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat er geen belang meer bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren, aangezien bij besluit van 29 april 2008 het besluit van 15 april 2008 is ingetrokken.Het is vaste rechtspraak van de Raad dat van voldoende (proces)belang slechts sprake is indien het resultaat, dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Van de bestuursrechter kan in een geval waarin de uitkomst van het beroep niet in concreto tot een voor betrokkene gunstiger resultaat kan leiden, geen uitspraak worden gevraagd vanwege de principiële betekenis daarvan voor mogelijke toekomstige gevallen. . De Raad stelt voorop dat het belang van appellante bij het bezwaar tegen het besluit van 15 april 2008 niet kan zijn gelegen in een oordeel over de manier waarop het College heeft gereageerd op haar verzoeken om ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 10 van de WWB en over de manier waarop het College dergelijke ondersteuning heeft geboden. Het besluit van 15 april 2008 heeft immers uitsluitend betrekking op de opschorting van het recht op bijstand van appellante en ziet niet op de aanspraak van appellante op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 17 juli 2008, waarin het bezwaar van appellante wegens het ontbreken van belang niet-ontvankelijk is verklaard, terecht ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl