CRvB 12 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO4571
Herziening WAO-uitkering. De Raad oordeelt dat de in de aangevallen uitspraak vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% per 1 januari 2006 de rechterlijke toets niet kan doorstaan. De Raad stelt vast dat het Uwv de WAO-uitkering van betrokkene per 1 januari 2004 heeft ingetrokken op grond van artikel 36a van de WAO. In dat artikel is onder meer bepaald, dat het Uwv een beschikking tot toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering herziet of intrekt indien niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat vanwege het niet behoorlijk nakomen van de verplichting genoemd in artikel 80 van de WAO. Tegen het besluit tot de intrekking van de WAO-uitkering per 1 januari 2004 zijn geen rechtsmiddelen aangewend. In de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 van 17 oktober 2006, Strct. 2006, 230 (verder: de Beleidsregels) heeft het Uwv onder meer vastgelegd wat te doen indien een belanghebbende alsnog aan de inlichtingenverplichting van artikel 80 van de WAO voldoet. Artikel 6 van de Beleidsregels houdt in dat indien na het verstrijken van de bezwaartermijn alsnog aan de verplichting wordt voldaan, wordt teruggekomen van het intrekkingsbesluit voor zover dit betrekking heeft op een periode waarover het recht alsnog kan worden vastgesteld en voor zover die periode is gelegen na het alsnog voldoen aan de verplichting. Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals naar voren komt uit onder meer de uitspraak van 3 maart 2010, LJN BL6668, gaat het bij dit beleid - bij gebreke van een regeling in de WAO voor heropening van een uitkering in een situatie als de onderhavige - om buitenwettelijk, begunstigend beleid, dat door de bestuursrechter terughoudend moet worden getoetst, met dien verstande dat wordt getoetst of een zodanig beleid op consistente wijze is toegepast. De Raad is van oordeel dat daarvan in onderhavige situatie sprake is geweest. De Raad overweegt dat gesteld noch gebleken is dat de herhaaldelijk opgevraagde gegevens reeds vóór 3 april 2007 zijn overgelegd. De Raad komt dan ook tot de conclusie dat de rechtbank een onjuist wettelijk kader aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2006 ten grondslag liggend heeft geacht en dat een wettelijke of buitenwettelijke basis om de WAO-uitkering op enig moment vóór 3 april 2007 te hervatten ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl