CRvB 12 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO4026

Afwijzing verzoek om een verhoging van het AOW-ouderdomspensioen is terecht. Appellant is van mening dat de door de Svb in 2002 gehanteerde omrekenkoers van guldens naar euro’s onjuist zou zijn geweest. De hoogte van het AOW-pensioen is krachtens art. 9 AOW afgeleid van het netto minimumloon per maand, als omschreven in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Op grond van de Aanpassingswet euro (Stb. 2001, 481) is met ingang van 1 januari 2002 de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in die zin gewijzigd dat alle in die wet voorkomende bedragen in guldens per die datum zijn omgezet in bedragen in euro’s. Daarbij is de in Verordening (EG) 2866/98 genoemde omrekenkoers van 1 euro voor 2,20371 gulden gehanteerd en is tevens uitvoering gegeven aan het bepaalde in Verordening (EG) 1103/97. De Svb heeft de hoogte van het aan appellant toegekende AOW-pensioen op grond van de Nederlandse en communautaire wettelijke bepalingen niet onjuist vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen