CRvB 7 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO1803
Verlening bijzonder verlof met onmiddellijke ingang. Verlening eervol ontslag op grond van artikel 8:8 (oud) van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling / Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO). Daarbij is een uitkeringsregeling toegekend die erin voorziet dat betrokkene tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar recht heeft op een WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkeringen bedoeld in hoofdstuk 10a van de CAR/UWO (minimale uitkeringsregeling). De Raad komt tot de conclusie dat appellant een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de situatie die hem aanleiding heeft gegeven betrokkene ontslag te verlenen. Appellant had dus niet mogen volstaan met het treffen van de minimale uitkeringsregeling. Appellant heeft naar aanleiding van de aangevallen uitspraak bestreden besluit 2 genomen. Daarbij is aan betrokkene een bedrag van € 10.000,- bruto toegekend ter compensatie voor pensioenschade. Omdat daarmee niet geheel tegemoetgekomen is aan de bezwaren van betrokkene wordt deze geacht beroep te hebben ingesteld tegen bestreden besluit 2. Gegeven het overwegende aandeel van appellant en gelet op het niet substantiële aandeel van betrokkene en gelet op de door hem gestelde schadeposten is naar het oordeel van de Raad de toekenning, naast de minimale uitkeringsregeling, van een bedrag van € 95.000,- redelijk te achten. Omdat bij bestreden besluit 2 slechts een bedrag van € 10.000,- is toegekend, is het beroep van betrokkene tegen bestreden besluit 2 gegrond. De Raad zal bestreden besluit 2 vernietigen. Met het oog op de definitieve beslechting van het geschil zal de Raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dit bedrag zelf bij zijn uitspraak toekennen.
De uitspraak op rechtspraak.nl