CRvB 29 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO1797
De Raad stelt (...) vast dat in het geval van appellante, die naar tussen partijen niet in geschil is, aangewezen is op zorg in de vorm van verblijf, niet per zorgvorm, als bedoeld in het Besluit zorgaanspraken AWBZ, de objectieve zorgbehoefte als bedoeld in artikel 6 van het Zorgindicatiebesluit is geïnventariseerd, maar dat CIZ ermee heeft volstaan te beoordelen welk cliëntprofiel van de in beginsel in aanmerking komende ZZP’s het meest overeenkomt met de situatie van appellante. Een dergelijke werkwijze verdraagt zich niet met het bepaalde in het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Zorgindicatiebesluit, omdat in die werkwijze wordt geabstraheerd van de objectieve zorgbehoefte per zorgvorm van de individuele verzekerde. Door de door CIZ bij de indicatiestelling van appellante gevolgde werkwijze kan de Raad thans niet beoordelen in welke omvang appellante naast verblijf is aangewezen op zorg als bedoeld in het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
De uitspraak op rechtspraak.nl