CRvB 23 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO0381
Afwijzing verzoek om reistijd als werktijd aan te merken. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat een redelijke uitleg van de bepalingen met zich brengt dat, nu aan de aard van de functie van appellant inherent is dat de plaats van tewerkstelling niet gelegen is binnen zijn standplaats, het reizen tussen standplaats (dan wel woonplaats) en plaats van tewerkstelling niet kan worden beschouwd als dienstreis en daarmee als diensttijd. De Raad volgt appellant niet in zijn betoog dat de minister gehouden was een (nog) meer begunstigend beleid te voeren dan in de aangepaste Vergoedingsregeling is neergelegd. Hij acht het beleid, waarmee tot op zekere hoogte tegemoet wordt gekomen aan de ongemakken die met landelijke inzetbaarheid samenhangen, niet in strijd met de grenzen van een redelijke beleidsbepaling.
De uitspraak op rechtspraak.nl