CRvB 6 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN9771

Appellant heeft terecht gesteld dat de rechtbank niet is ingegaan op de beroepsgrond dat het Uwv de hoogte en de duur van de uitkering niet inzichtelijk heeft gemaakt. Uit het Bewijs van inschrijving en het aanvraagformulier volgt dat appellant op 24 november 2008 zich bij de CWI heeft gemeld en dezelfde dag de aanvraag heeft ingediend terwijl hij reeds op 1 november 2008 werkloos is geworden. Niet is gebleken dat appellant een goede reden had voor deze te late aanvraag. Daaruit volgt onder meer dat appellant de verplichting genoemd in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW niet tijdig is nagekomen. De hoogte en de duur van de opgelegde verlaging van de uitkering is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, in verbinding met artikel 3, aanhef en onder a, van het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten. Vernietiging uitspraak voor zover daarbij niet is beslist over de beroepsgrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen