CRvB 6 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN9732
Aan het definitieve karakter van de op 24 juni 2008 getekende overeenkomst doet niet af dat appellant en zijn werkgever hebben verzuimd om, nadat zij op 24 juni 2008 overeenstemming hadden bereikt, boven de beëindigingsovereenkomst het woord “concept” door te halen. De Raad heeft voorts geen reden om te twijfelen aan de stelling van appellant dat de handmatige aantekening “uitwerking door JKR” niets anders betekende dan dat de bij het gesprek aanwezige directeur HRM de correcties, doorhalingen en aanpassingen van de overeenkomst van 24 juni 2008 conform de afspraken zou verwerken in een typografisch gaaf exemplaar. De Raad merkt daarbij op dat de beëindigingsovereenkomst van 9 juli 2008, behoudens een kleine tekstuele aanpassing, identiek is aan de overeenkomst van 24 juni 2008. De Raad is van oordeel dat de fictieve opzegtermijn moet worden toegerekend aan de periode van 24 juni 2008 tot 1 augustus 2008. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.