CRvB 8 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN9392

Correctienota's. Het Uwv is in alle 15 zaken materieel gezien geheel tegemoetgekomen is aan appellanten. Geen procesbelang meer. Proceskostenvergoeding. De 15 onderhavige zaken voldoen aan de in artikel 3 van het Bpb opgenomen definitie van samenhangende zaak, zodat de zaken terecht voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Bpb beschouwd zijn als één zaak. De Raad acht in dit kader van belang dat, getuige de inhoud van de ingediende beroepschriften, de rechtsbijstandverlener van appellanten in eerste aanleg slechts een algemeen standpunt heeft ingenomen ten aanzien van de nadere premievaststellingen door het Uwv, en de motivering van het beroep niet heeft toegespitst op de 15 verschillende vennootschappen. Dat de gemachtigde van appellanten, zoals ter zitting nogmaals is benadrukt, wel alle 15 vennootschappen op hun eigen merites heeft beoordeeld is in ieder geval niet zichtbaar tot uitdrukking gebracht in de verleende rechtsbijstand. Daarmee is de ten behoeve van appellanten verleende rechtsbijstand (vrijwel) gelijk geweest. De Raad is evenwel van oordeel dat de rechtbank heeft verzuimd de berekende kosten van rechtsbijstand van appellanten te vermenigvuldigen met de (in de bijlage bij het Bpb onder C2 genoemde) factor 1,5, omdat in casu immers sprake is van 4 of meer samenhangende zaken. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraken, voor zover deze betrekking hebben op de proceskostenveroordeling, dienen te worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen