CRvB 8 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN6387

Voorafgaand aan de vaststellingsovereenkomst van 29 oktober 2008 is betrokkene mondeling reeds op 29 september 2008 haar ontslag aangezegd en zij is ook voor de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst vrijgesteld haar werkzaamheden te verrichten. (...). Het (arbeids)urenverlies is dan ook ingetreden op 1 oktober 2008, de dag waarop de werkgever geen werk meer aan betrokkene beschikbaar stelde. De Raad acht daarbij van belang dat een daadwerkelijke hervatting van de arbeid binnen het bestaande dienstverband noch door de werkgever noch door betrokkene werd beoogd. Het beroep van betrokkene op de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren slaagt niet. De Raad heeft herhaalde malen overwogen dat artikel 1, eerste lid, onder a, van deze regeling, in samenhang bezien met artikel 16, tweede lid, van de WW, uitsluitend betrekking heeft op uren voorafgaand aan het feitelijk verlies aan arbeidsuren en dus niet van toepassing is op de uren die betrokkene na 1 oktober 2008 nog uitbetaald heeft gekregen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen