CRvB 17 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN6011

De met het beslag verband houdende inhoudingen over de maanden februari 2005 tot en met juli 2007 op grond van artikel 79 WWB moeten voor de toepassing van artikel 8:1, lid 1, Awb worden aangemerkt als besluiten. Het bezwaar van appellant tegen de inhoudingen op de bijstandsuitkering over de maanden februari 2005 tot en met juni 2007 is terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslagdebiteur (in dit geval appellant) kan bezwaren betreffende een gelegd beslag ingevolge art. 438 Rv voorleggen aan de civiele rechter en de derde-beslagene (in dit geval het College) is gehouden volledige medewerking aan het beslag te geven zonder de geldigheid en de omvang daarvan te mogen beoordelen (LJN AV1208). Het is de verantwoordelijkheid van het College de hoogte van de voor appellant geldende beslagvrije voet vast te stellen en mede aan de hand daarvan te bepalen in hoeverre de bijstandsuitkering van appellant ruimte laat voor inhoudingen ter uitvoering van het daarop gelegde beslag. Het onderzoek naar de hoogte van de over de maand juli 2007 voor appellant geldende beslagvrije voet is onvoldoende zorgvuldig geweest. Het verzoek om vergoeding van de door de inhouding op de bijstand over de maand juli 2007 geleden schade komt thans niet voor toewijzing in aanmerking omdat nadere besluitvorming noodzakelijk is en de Raad onvoldoende inzicht heeft in de omvang van de door die inhouding geleden schade. Geen sprake van overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen