CRvB 9 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN5903

Appellante wordt terecht verweten dat zij zich niet op juiste wijze heeft verantwoord over de besteding van het PGB voor de jaren 2005 en 2006 in verband met het niet vermelden van de sofi-nummers van de zorgverleners. Bij de besluiten tot verlening van het PGB voor de jaren 2005 en 2006 is aan appellante onder meer de verplichting opgelegd dat zij met de zorgverlener overeenkomt dat op de door of namens de zorgverlener ondertekende declaraties het aantal betaalde uren, de tijden waarop is gewerkt, het uurtarief, het sofi-nummer en de naam en het adres van de zorgverlener staan vermeld. Met het opleggen van deze verplichting heeft het Zorgkantoor uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 2.5.6.8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling Subsidies AWBZ en Ziekenfondswet. Voor zover de stelling van appellante zo moet worden begrepen dat zij met het verleende PGB, onder de daarbij gestelde voorschriften, niet in staat was om hulp in te kopen en dat om die reden genoemde verplichting haar niet kan worden tegengeworpen, oordeelt de Raad dat het op de weg ligt van appellante om deze stelling te onderbouwen. Nu zij voor deze stelling geen bewijs heeft aangedragen, gaat de Raad hieraan, wat daar verder ook van zij, voorbij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen