CRvB 1 september 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN5794

De Raad stelt vast dat appellant een Turks paspoort bezit met daarin een aantekening van 29 maart 2007 dat naar aanleiding van een door hem op 3 januari 2005 ingediend bezwaarschrift uitzetting achterwege blijft hangende een beslissing op het bezwaar en dat arbeid niet is toegestaan. Verder heeft appellant ter zitting van de rechtbank erkend dat hij niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunnning. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 5 januari 2006 (LJN AU9489) komt de Raad tot de slotsom dat appellant op 1 maart 2007 terecht niet als werknemer ingevolge de ZW is aangemerkt. Dit betekent dat appellant niet verzekerd is voor de ZW. De Raad komt tot hetzelfde oordeel met betrekking tot de wet WIA.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen