CRvB 13 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN5121

CIZ heeft bij het vaststellen van de omvang van de indicatie voor de functies HV en OB ten onrechte de normtijden gemiddeld aangenomen, ten onrechte aangenomen dat sprake is van gebruikelijke zorg en is CIZ ten onrechte uitgegaan van de aanwezigheid van een voorliggende voorziening. De Raad stelt vast dat bij het buiten beschouwing laten van deze factoren de omvang van de indicatie voor de functies HV en OB op ten minste de door appellante aangevraagde klasse 6 voor HV en klasse 3 voor OB kan worden bepaald. Of sprake was van geestelijk letsel dat kan worden beschouwd als een aantasting van zijn persoon in de zin van artikel 6:106, eerste lid, van het BW, zal de Raad in verband hiermee de zaak op grond van artikel 8:73, tweede lid, van de Awb heropenen en appellante de gelegenheid geven dit door middel van een gerichte medische expertise te onderbouwen. Toewijzing vergoeding van immateriële schade aan appellante voor door haar ondergane spanning en frustratie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen