CRvB 20 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN4845
Weigering om de prestatiebeurs over de maanden om te zetten in een gift. Op grond van de artikelomschrijvingen van artikel 17g ‘Omzetting van dertiende en volgende maanden voorwaardelijk toegekende rentedragende lening …’ en artikel 17h ‘Omzetting vanaf de eerste maand van voorwaardelijk toegekende rentedragende lening….’ van de WSF moet worden geconcludeerd dat het de bedoeling van de wetgever is dat de prestatiebeurs aansluitend wordt omgezet vanaf de eerste maand waarin er prestatiebeurs is genoten en derhalve de resterende periode van omzetting van prestatiebeurs in een gift aansluitend plaatsvindt aan de reeds omgezette eerste 12 maanden. Over de bedoeling van de wetgever kan geen misverstand bestaan. De door de wetgever gekozen tekst waarin de artikelen 5.7 en 5.8 van de Wsf 2000 zijn gesteld kan en dient dan ook te worden gelezen overeenkomstig de bedoeling van de wetgever. De Raad voegt hieraan toe dat deze uitleg van de wet ook logisch is vanuit het oogpunt van een doelmatige uitvoering van de wet. Geen sprake van (zeer) bijzondere omstandigheid van individuele aard waarin appellant aanleiding had behoren te vinden om onder toepassing van de hardheidsclausule af te wijken van het hiervoor beschreven systeem van de wet. Ongegrond verklaring van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl